Gratis is goed
'Het blijft komisch iemand vanaf zijn peperdure jacht te horen klagen over iemand met een minimuminkomen die zijn intellectuele eigendom steelt'
05 september 2006 | John C. Dvorak
Technologiebedrijven hebben een probleem met 'gratis' software. Dat is al zo sinds Microsoft besloot om Internet Explorer gratis weg te geven om daarmee Netscape het leven zuur te maken, dat zijn browser probeerde te verkopen. Platenfirma's moeten tegenwoordig concurreren met gratis muziek. Ze zijn nog maar nauwelijks bekomen van de komst van onbeperkte online ruilprogramma's. De muziekindustrie wordt nooit meer zoals vroeger.
En wat te denken van Craigslist? Sinds deze dienst begon met gratis advertenties voor inwoners van San Francisco en omstreken, is zij uitgegroeid tot een gigantisch elektronisch prikbord voor heel Amerika. De kranten, die niet kunnen concurreren met gratis publicaties, zagen hun inkomsten uit advertenties kelderen. Het is nog maar het begin van een belangrijke trend, waarvan de grootste aanjager de openbron-beweging is.
Het verlangen om dingen gratis te ontvangen en gratis weg te geven, is enorm. Vrijwilligers van over de hele wereld dragen enthousiast hun steentje - gratis - bij aan honderden, zo niet duizenden projecten. Deze gemeenschapszin is niet toevallig tegelijkertijd komen opzetten met een groeiende afkeer van bedrijfsexcessen. De oplichters van Enron en andere (boekhoud)schandalen hebben ervoor gezorgd dat het publiek geen dubieuze praktijken meer tolereert. Als er gratis alternatieven bestaan voor producten of diensten, zal het publiek daar de voorkeur aan geven, zelfs als die minder goed zijn - wat ze meestal niet eens zijn.
Ook de publieke verontwaardiging over de lonen van topmanagers en schatrijke investeerders speelt een belangrijke rol. Die zijn al jaren bezig elkaar te overtroeven met steeds grotere huizen en jachten. De medeoprichter van Microsoft, Paul Allen, is de trotse eigenaar van de Octopus, een jacht van 127 meter lang dat 200 miljoen dollar gekost heeft. Het heeft een onderzeeër met tien plaatsen aan boord, twee helikopters en een 60-koppige bemanning.
Helemaal leuk is dat Allen al twee andere jachten bezit, de Tatoosh (dat met zijn 92 meter op nummer 15 staat in de ranglijst van grootste jachten) en de 60 meter lange Meduse. Wanneer u weet dat de Tatoosh drie jaar geleden nog het op twee na grootste privé-jacht ter wereld was, krijgt u een idee hoe snel de boel uit de hand gelopen is.
Natuurlijk, mensen mogen met hun geld doen wat ze willen, en Allen is werkgever van een flink aantal zeelieden en onderhoudspersoneel. Maar dit soort opzichtige consumptie knaagt aan de vezels van de maatschappij, vooral wanneer er zo mee gepronkt wordt. Wie heeft er drie superjachten nodig?
Game
"Schiet me maar aan flarden, ik raap me wel terug bijeen!", Huh? Innovatie is leuk, maar een hoofdrolspeler die zijn eigen lichaam verzamelt, is nieuw. Brengt Never Dead nog meer nieuwigheden of blijft het hier bij?
lees meer »