Belgen redden Brits geluidsarchief
Belangrijke fragmenten gerestaureerd en gedigitaliseerd
27 november 2006 | Kenny Weytens
Een gepassioneerde speech horen maakt meer los dan dezelfde speech lezen in een stoffig boek. De British Library is het daar roerend mee eens. Om haar geluidsarchief veilig te stellen, schakelt ze het Belgische bedrijfje Memnon in.
Een bibliotheek bevat veel meer dan tekstmateriaal alleen. Vaak staat een groot deel van het cultureel erfgoed op video of een geluidsdrager. De British Library heeft maar liefst 550.000 uur aan geluidsfragmenten in haar archief. Deze lopen uiteen van muziek en luisterspelen tot dierengeluiden en dialecten. Veel geluidsdragers zijn echter onderhevig aan slijtage. Voor andere is het weer moeilijk om de juiste afspeelapparatuur te vinden.
Daarom deed de British Library een beroep op Memnon, een Brussels bedrijf dat zich toelegt op digitalisering en restauratie van historisch geluidsmateriaal. In iets meer dan een jaar tijd werd maar liefst vierduizend uur aan geluidsfragmenten in veiligheid gebracht.
Niet alleen het digitaliseren vraagt veel werk, alles moet ook gemakkelijk terug te vinden zijn. Nauwgezet archiveren en indexeren was dus erg belangrijk volgens Crispin Jewitt, directeur van het Geluidsarchief van de British Library.
"De geluidsfragmenten van een analoge naar een digitale standaard omzetten, is op zich vrij gemakkelijk. Maar dit project gaat over archivering in bredere zin, anders zou je iets krijgen als een zwembad vol pingpongballen waarin je niets terugvindt. Het moeilijkste aan deze opdracht was de ontsluiting, het toevoegen van de metadata, zodat de database goed toegankelijk is", aldus Jewitt.
Een dergelijke database aanleggen is niet goedkoop. Het huidige project kostte al een miljoen pond (ongeveer anderhalf miljoen euro). Daarvan is 450.000 euro voorzien voor het Memnon-contract.
Een ander probleem vormen de auteursrechten op de muzikale fragmenten. Als gevolg daarvan staan de gedigitaliseerde bestanden ondertussen wel op de website, maar zijn ze alleen toegankelijk voor leraren, onderzoekers en studenten.
bron: De Standaard; ZDnet