Ransomware bezig aan opmars
Antivirusfabrikanten staan voor uitdaging
08 februari 2007 | Kenny Weytens
Internetcriminelen kiezen steeds meer voor 'ransomware': ze versleutelen bepaalde bestanden op pc's. Om die bestanden opnieuw te kunnen gebruiken, moeten slachtoffers geld betalen.
Grootschalige cyberaanvallen tegen bedrijven komen minder vaak voor. Volgens Eugene Kaspersky, hoofd van de antivirusafdeling in het Russische Kaspersky Labs, zijn
ransomware-Trojans de gevaarlijkste opkomende bedreiging.
Ransomware infecteert een pc en versleutelt een aantal bestanden. Vervolgens krijgt het slachtoffer een boodschap te lezen. Hij moet geld overmaken om de sleutel tot zijn eigen bestanden te krijgen. Dergelijke software is niet nieuw. Cryzip werd voor het eerst ontdekt in 2006, GPCode in 2005. Geen van beide veroorzaakte erg veel schade, maar volgens Kaspersky zullen criminelen hun Trojans dit jaar verbeteren.
De uiteindelijke versie van GPCode gebruikte een 660-bit encryptiesleutel. Een aparte pc zou maar liefst dertig jaar nodig hebben om die te breken.
"Wij kraakten haar in tien minuten," zegt Kaspersky, "want de maker had zijn cryptografisch boekje duidelijk niet van begin tot eind gelezen. Als hij dat dit keer wel doet, zullen de makers van antivirussoftware de getroffen bestanden niet meer kunnen ontcijferen zonder hulp."
Mensen die ten prooi vallen aan een ransomware-Trojan horen bovendien de politie te waarschuwen. Het gaat immers om een bedreiging voor losgeld. In de praktijk zijn dergelijke zaken volgens Kaspersky niet uitermate belangrijk voor de politie. Het gaat meestal om niet meer dan twintig of dertig dollar, terwijl de arm der wet de handen vol heeft aan het opsporen van grote internetcriminelen.
"In 2004 werden honderd vermoedelijke cybercriminelen opgepakt. Een jaar later steeg dat aantal tot vierhonderd. Maar vorig jaar werden opnieuw slechts honderd arrestaties verricht", zegt Kaspersky. "Het wordt duidelijk dat de domme criminelen achter tralies zitten, maar dat de gewiekste nog steeds aan de slag zijn."
bron: ZDNet